B L O G

Kunst stelt vragen

Kunst zet tot denken

Opa Karel had zoveel zwart geld (hij was marktkoopman – drie paar tientje maar) dat hij ging beleggen: in aandelen en postzegels. Tijdens Zwarte Maandag 19 oktober 1987 verdampten enkele tienduizenden guldens in de beurskrach. Iedereen ging zijn aandelen verkopen, maar opa Karel bleef kalm en zei niets. Hij leerde ons: ‘Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten'.

Hij was heel slim, hertrouwde een nog slimmere dame, ging dood en die dame kreeg heel zijn fortuin. De kinderen lege handen.

 

Ome Jan had een café met zalen in een klein dorp. Op woensdag was het altijd Kienen (Bingo). Honderd vrouwen van middelbare leeftijd aan lange tafels en ome Jan als quizmaster aan het rad met balletjes. De Comedyclub bestond toen nog niet, anders hadden ze ome Jan zeer zeker geprogrammeerd. Wat een entertainer! In de pauze verkocht tante José kroketten, bamischijven, Cassis en Sinas. De prijzen van de bingo bewaarde ome Jan in de bovenwoning op zolder, bij de verwarmingsketel. Magnetrons, accuopladers, pannensets, make-up koffers, het leek wel de grot van Ali Baba als je die deur stiekem open deed. Eén keer stond er zelfs een wielrenfiets (die was in de aanbieding bij de Makro).

Ome Jan werd ziek, hij kan nu niet meer praten. Niet meer ouwehoeren, grapjes maken, liedjes zingen bovenop de toog. Maar de pretlichtjes in zijn ogen zijn er nog steeds. Die komen recht uit de grot van Ali Baba.